NSGV
Bisdom Rotterdam


Welkom
De Stemvork
Advertenties / Vacatures
Activiteiten-kalender
Opleidingen / Cursussen
Documentatiecentrum
Onderscheidingen
Koorreglement 
Het Bestuur
Links naar andere pagina's
 


MODEL VAN EEN REGLEMENT VOOR PAROCHIËLE KOREN
Opmerkingen vooraf.
1. Het "Reglement voor parochiële koren" is in deze heruitgave op tal van punten herzien en uitgebreid naar aanleiding van de ingrijpende ontwikkeling in de liturgisch-muzikale praktijk in ons land, vooral sinds het uitvaardigen van de Constitutie over de Heilige Liturgie door het Tweede Vaticaans Concilie, alsmede naar aanleiding van de Statutenwijziging van de Vereniging, welke in 1986 haar beslag kreeg.

Zo heef o.a. de groeiende veelvormigheid van de liturgische vieringen in veel parochies de opkomst van nieuwe koren, naast het bestaande koor, bevorderd, in het bijzonder ten behoeve van de (voor-) zang op teksten in de eigen landstaal. In veel plaatsen waren reeds eerder nieuwe zanggroepen (vooral dameskoren) opgericht ter verzorging van de gezongen Eucharistieviering op de weekdagen. Ook zijn er in veel parochies kinderkoren en jongerenkoren ontstaan, die door hun eigen kleur een bijzondere plaats innemen.

Met deze ontwikkeling groeide de behoefte, sommige bepalingen uit het bovengenoemd "Reglement" naar inhoud en vorm opnieuw te overwegen.

Het nieuwe model Reglement is naar vermogen aangepast aan de gewijzigde situatie op het gebied van de koren. Daarbij is ook rekening gehouden met het gestelde in het Burgerlijk Wetboek t.a.v. verenigingen. Er is naar gestreefd, een al te straffe en uniforme regeling "van boven af" te voorkomen, gezien de uiteenlopende situaties, behoeften, wensen en mogelijkheden in de onderscheiden parochies.

Dit alles heeft er toe geleid, dat in onderstaande tekst niet één, maar méér voorbeelden van een koorreglement zijn opgenomen. Bij elk van die voorbeelden is de bestemming van het betreffende model zo duidelijk mogelijk omschreven, opdat ieder koor uit de aangeboden modellen een keuze kan maken, aangepast aan zijn omstandigheden en wensen. 

2. De tekst van de modellen is slechts als voorbeeld bedoeld. Het koorreglement kan derhalve uitvoeriger of beknopter zijn dan het betreffende model; het mag in minder belangrijke onderdelen van het model afwijken.

Aanpassing en aanvulling vanuit de eigen situatie zal eerder regel dan uitzondering zijn. Een koorreglement mag evenwel geen bepalingen bevatten welke in strijd zijn met de Statuten en het huishoudelijk reglement van de Nederlandse Sint Gregoriusvereniging.

Het verdient aanbeveling, de voornaamste bepalingen uit het betreffende model in het koorreglement over te nemen.

Tenslotte wordt bijzondere aandacht gevraagd voor de bepaling, dat zowel een nieuw koorreglement als wijzigingen in een bestaand koorreglement in duplo naar het diocesaan afdelingsbestuur van de vereniging ter goedkeuring dienen te worden gezonden. Eerst na deze goedkeuring treden zij in werking en verkrijgt een koor stemrecht in de vergadering van de koorkring en van de diocesane afdeling.

3. Ieder koor, parochieel of interparochieel, dat zijn hoofdtaak weet gesteld in het mede-verzorgen van de liturgie in de r.k. kerken in Nederland, is lid van de Nederlandse Sint-Gregoriusvereniging, krachtens een besluit van de Nederlandse Bisschoppen van 14 januari 1960.

 

Utrecht, oktober 1987
Het hoofdbestuur van de

Nederlandse Sint-Gregoriusvereniging


Aanbiedingsbrief (model), behorende bij

MODEL REGLEMENT VOOR PAROCHIËLE KOREN

Zeer geacht parochiebestuur,

Het bestuur van het . . . . . . . . . . . . . . koor, gevestigd te . . . . . . . . . . . . . ., vraagt uw aandacht voor het onderstaande.

De leden van onze vereniging hebben in de Algemene Ledenvergadering d.d. . . . . . . . . . . . het hierbij gevoegde koorreglement aangenomen.

Bovendien treft u een afschrift aan van de brief van het Afdelingsbestuur van de Nederlandse Sint-Gregoriusvereniging waarin goedkeuring wordt gehecht aan dit regelement.

Met dit reglement liggen doelstellingen en intentie van ons koor vast.

Gaarne beiden wij dan ook (opnieuw) onze diensten aan uw parochiebestuur aan (of: beves-tigen wij de bestaande relatie en bieden opnieuw onze diensten aan), volgens de inhoud van dit koorreglement.

Als u als parochiebestuur met de inhoud van dit koorreglement kunt instemmen en van de diensten van het koor gebruik wilt (blijven) maken, verzoeken wij u de doorslag van deze brief, voor accoord getekend aan ons te willen terugzenden.

Met hoogachting en vriendelijke groet,

namens het koor

. . . . . . . . . . . . . ., secretaris



Model A

KOORREGLEMENT

NEDERLANDSE SINT-GREGORIUSVERENIGING

Dit model is bestemd voor een parochieel koor in een parochie, waar geen ander vast koor in bepaalde liturgische vieringen werkzaam is (tenzij bij uitzondering). Het betreffende koor is m.a.w. in die parochie het enige koor en verleent zijn diensten in principe aan alle gezongen vieringen aldaar.
1. In de parochie van de . . . . . . . . . . . . . .te . . . . . . . . . . . . . . bestaat een koor, onder de naam van . . . . . . . . . . . . . .

Het koor is ingedeeld bij de koorkring . . . . . . . . . . . . . .van het bisdom . . . . . . . . . . . . . .

2.
Het koor is een werkgroep ten dienst van de parochiegemeenschap bij het vieren van de liturgie. Het stelt zich ten doel, de muziek tijdens de liturgische en andere kerkelijke vieringen naar best vermogen te verzorgen zowel afzonderlijk, als in samenwerking met anderen die bij de vieringen aanwezig zijn.
3. Het koor tracht zijn doel te bereiken door:
  a. het ontwikkelen en bevorderen van een godsdienstige, en in het bijzonder van een liturgische geest bij zijn leden;
  b. zijn leden te vormen tot kundige koorzangers, die zich betrokken weten bij de liturgische vieringen;
  c. het deelnemen aan activiteiten, welke georganiseerd worden door het bestuur van het koor, of door het kring-, afdelings- of hoofdbestuur van de Nederlandse Sint-Gregoriusvereniging.
4. De concrete werkzaamheden van het koor worden bepaald in het overleg tussen pastor, dirigent en leden van het koorbestuur, hetzij in een schriftelijke regeling, hetzij bij tijdige mondelinge afspraak.
5. Het koor verricht zijn werkzaamheden binnen de liturgie als zodanig;
  a. de pastor/parochiebestuur voor wat betreft de liturgie als zodanig;
  b. de dirigent, voor wat betreft de muzikale en de muzikaaltechnische aspecten;
  c. het koorbestuur, voor wat betreft de organisatorische en sociaal/maatschappelijke aspecten.
6. Het koor kent: a. gewone leden; b. kandidaat-leden; c. ereleden; d. donateurs.
  a. Gewone leden, van hieraf te noemen: leden, zijn zij die te goeder naam en faam bekend zijn en die als zodanig zijn toegelaten. Het lidmaatschap eindigt op de gebruikelijke wijze.
  b. Kandidaat-leden zijn zij die lid van het koor wensen te worden, zich daartoe bij de secretaris hebben opgegeven en die bereid zijn, zich zo mogelijk nader te bekwamen.

De duur van het kandidaat-lidmaatschap wordt bepaald op tenminste . . . . . . . . . . . . . .

Na deze termijn volgt een nieuwe test door de dirigent; daarna beslist het bestuur -de leden gehoord hebbende- over definitieve toelating, met inachtneming van het onder 8b gestelde.

  c. Ereleden van het koor zijn zangers(-essen) op hoge leeftijd die zich door bijzondere verdiensten ten opzichte van de kerkmuziek hebben onderscheiden en die door het koor als zodanig zijn benoemd.
  d. Donateurs zijn zij die het koor steunen, hetzij met een jaarlijkse bijdrage van tenminste . . . . . . . Euro, hetzij met een bijdrage ineens van tenminste . . . . . . . Euro.
7. Het bestuur bestaat uit tenminste een voorzitter, een vice-voorzitter, een secretaris, een penning-meester en een bibliothecaris. De dirigent van het koor is adviserend bestuurslid.

Het bestuur kan worden uitgebreid met andere leden van het koor, aan wie bepaalde functies kunnen worden opgedragen.

8. a. De voorzitter wordt door de leden van het koor in functie gekozen.
  b. Hij leidt de vergaderingen en is bevoegd, leden en/of besluiten te schorsen, niet personen te ontslaan of besluiten te vernietigen.
9. a. De verkiezing van de bestuursleden geschiedt door de gewone leden van het koor op een leden-vergadering waarop tenminste de helft van deze leden aanwezig is.
  b. De functies van vice-voorzitter, secretaris, penningmeester en bibliothecaris worden in onderling beraad van het bestuur toegewezen. Twee van deze functies kunnen in één persoon verenigd zijn.
  c. Het bestuur stelt een rooster op volgens welk de bestuursleden (afgezien van de dirigent) aftreden.
  d. In tussentijdse vacatures wordt voorzien op de eerstvolgende ledenvergadering, volgens het bepaalde onder a. hierboven.
  e. De zittingsduur van de bestuursleden (afgezien van de dirigent) wordt bepaald op . . . . . . . jaren.
  f. Een bestuurslid is voor een aansluitende periode van . . . . jaar herkiesbaar in dezelfde functie.
10. a. De secretaris is belast met de correspondentie van het koor.
  b. Hij maakt de notulen van de vergaderingen en stelt de jaarverslagen op.
  c. Het jaarverslagformulier, hem namens het afdelingsbestuur toegezonden, zendt hij elk jaar tijdig, goed ingevuld en ondertekend, aan de secretaris van dat bestuur, hetzij rechtstreeks, hetzij via de secretaris van de koorkring waartoe zijn koor behoort.
  d. Hij verzorgt de naamlijst van de leden, kandidaat-leden en aspirant-leden.
  e. Hij maakt de diensten, repetities en vergaderingen tijdig bekend en houdt een presentielijst daarvan bij.
11. a. De penningmeester is belast met het beheer van de financiën van het koor.
  b. Aangaande verantwoording, jaarlijks door hem af te leggen, en de begroting, door hem in te dienen, geldt het ter zake bepaalde in artikel 17b.
12. De voorzitter en de secretaris of hun door het koorbestuur daartoe aangewezen plaatsvervangers tezamen vertegenwoordigen het koor in en buiten rechte.
13. a. De bibliothecaris is belast met de verzorging van de zangboeken, partituren, partijen en dergelijke.
  b. Hij draagt -desgevraagd- zorg voor het bijhouden en opzenden van de lijsten die vanwege het Bureau voor Muziek-Auteursrecht (BUMA) ten behoeve van de honorering van componisten van kerkmuziek zijn voorgelegd, tenzij een ander door het bestuur hiermee wordt belast.
14. a. De pastor zal zorg dragen voor een degelijke liturgische vorming van het koor en tevens, ter-wille van een goede opzet en een juist verloop van de vieringen voor een voldoende en tijdig contact met de leiding van het koor. Om bijzondere redenen kan hij de uitviering van deze taken opdragen aan een ander. 
  b. Aan de bijzondere zorg van het parochiebestuur is toevertrouwd het sluiten van een overeen-komst met de dirigent en de organist (eventueel ook met de assistent-dirigent en/of -organist) van het koor volgens de door de kerkelijke overheid goedgekeurde richtlijnen voor salariëring, volgens de voorgeschreven of gangbare sociale voorzieningen, en met opsomming van de verplichtingen van de dirigent en de organist (c.q. assistent-dirigent en/of -organist).
15. a. De dirigent wordt benoemd en gehonoreerd door het bestuur van de parochie na overeenstem-ming omtrent deze benoeming tussen parochiebestuur en koorbestuur.
  b. Hij is ambtshalve lid van het koor met volledig stemrecht en lid van het bestuur met adviserende stem.
  c. Op hem rust -afhankelijk van zijn benoemingsomschrijving- de muzikale verantwoordelijkheid voor de kerkzang in de parochie -volgens de bepalingen van de nota Kerkmusicus- met betrek-king tot zowel de koorzang als de volkszang.

Ter wille van een goede uitvoering van zijn desbetreffende taken zal hij zorgen voor een tijdig en voldoende contact met de pastor of diens aangewezen vervanger en de andere verantwoorde-lijke personen inzake de liturgie.

  d. Hij heeft de directe leiding van de zang van het koor en beslist, behoudens goedkeuring van de pastor, welke muziek gezongen zal worden.
  e. Bij verhindering zal hij in overleg met de pastor en de voorzitter een volwaardige plaatsvervan-ger aanwijzen.
  f. Hij is bevoegd, met goedkeuring van het bestuur, andere zangers(-essen) die geen lid zijn van het koor, uit de nodigen hun medewerking aan de zang van het koor te verlenen.
  g. Hij kan de medewerking ontzeggen aan hen, die naar zijn gegronde mening de taakvervulling van het koor op een of andere wijze kunnen schaden.
  h. In overleg met het bestuur kan hij buitengewone repetities uitschrijven.
16. a. De organist wordt benoemd door het bestuur van de parochie in overleg met de dirigent en de voorzitter van het koor.
  b. Hij is ambtshalve lid van het koor met volledig stemrecht.
  c. Hij is gebonden, ten aanzien van de uitvoering van muziek, overleg te plegen met de dirigent.
  d. Bij verhindering van het koor, een volwaardige plaatsvervanger aanwijzen.
  e. Met betrekking tot een eventuele vaste assistent-organist zijn de bepalingen onder a. t/m d., hierboven, eveneens van toepassing.
16. bis Andere binnen de liturgie werkzame instrumentalisten doen zulks onder de muzikale verant-woordelijkheid van de dirigent en onder de organisatorische verantwoordelijkheid van het koor-bestuur.
17. De geldmiddelen van het koor bestaan uit hetgeen verkregen wordt door:
  a. bijdragen van de leden;
  b. vrijwillige bijdragen, schenkingen of andere baten.
18. a. Eenmaal per jaar wordt de jaarvergadering gehouden, waartoe alle leden van het koor worden uigenodigd. 
  b. Tijdens deze vergadering komen de jaarverslagen van de secretaris en de penningmeester aan de orde, legt de penningmeester verantwoording af van zijn geldelijk beheer en dient hij een begro-ting in voor het nieuwe boekjaar. Nadat de vergadering de verantwoording van de zijde van de penningmeester heeft aanvaard (eventueel via een kascontrolecommissie) wordt aan hem decharge verleend.
  c. Het bestuur is bevoegd, een tussentijdse ledenvergadering uit te schrijven indien het dit nodig acht. Het is daartoe verplicht indien tenminste eenderde van de leden hierom schriftelijk verzoekt.
19. Tenminste tweemaal per jaar wordt een bestuursvergadering gehouden en verder zo dikwijls als de voorzitter of een meerderheid van het bestuur dit nodig oordeelt.
20. Het koor maakt deel uit van een koorkring, welke door het afdelingsbestuur van de Nederlandse Sint-Gregoriusvereniging is ingesteld.
  a. Het koor is in het bestuur van de koorkring vertegenwoordigd met tenminste één afgevaardigde;
  b. Het koor heeft per 50 koorleden één stem, met dien verstande dat: 1 t/m 50 leden geeft één stem, 51 t/m 100 leden twee stemmen etc.;
  c. Het koor kan zich in het koorkringbestuur doen vertegenwoordigen door eventueel afgevaardig-den als er recht is op stemmen. Laat men zich door minder mensen vertegenwoordigen, dan brengen deze gezamenlijk het totaal aantal stemmen uit.
  d. Het koor kan zich slechts in de afdelingsvergadering doen vertegenwoordigen, als vertegenwoor-diging middels het koorkringbestuur niet geschiedt.

Bij conflict over dit punt beslist het afdelingsbestuur over de rechtmatige vertegenwoordiging.

21. a. Voor zover in dit reglement niets anders wordt bepaald, worden alle besluiten op vergaderingen genomen met absolute meerderheid van geldige stemmen. 
  b. Alleen de gewone leden hebben actief en passief stemrecht.
  c. Over personen wordt schriftelijk gestemd; over zaken in de regel mondeling.
22. Dit parochieel koorreglement wordt van kracht, zodra het door het diocesane afdelingsbestuur van de Nederlandse Sint-Gregoriusvereniging is goedgekeurd.

Hetzelfde geldt met betrekking tot eventuele toekomstige wijzigingen in dit reglement.


Model B

KOORREGLEMENT

NEDERLANDSE SINT-GREGORIUSVERENIGING

Bestemd voor een parochieel koor in een parochie, waar ook een of meer andere koren medewerken aan de verzorging van de liturgie en andere kerkelijke vieringen.

Ieder koor is een zelfstandig koor (c.q. zanggroep, cantorij, jongerenkoor, kinderkoor etc.) en verzorgt zelfstandig de toebedeelde taak.

Alle in genoemde parochie aanwezige koren zijn lid van de Nederlandse Sint-Gregoriusvereniging, inge-volge het bisschoppelijk besluit van januari 1960.

Heeft een of meer van de eigenstandige koren geen reglement, dan is het koor lid van de koorkring van de diocesane afdeling via het koor, dat wel reglementair zijn afgevaardigde heeft in het kringbestuur; heeft het koor een eigen reglement, dan is er sprake van een zelfstandig koor, dat volgens model A rechtstreeks lid is van de Vereniging.
De tekst van de nummers van Model B is gelijk aan die van Model A, met uitzondering van de nummers 4 en 15, welke hier luiden als volgt:
4. a.  De concrete verdeling van de werkzaamheden van het koor en de andere aanwezige koren (c.q. zanggroepen) wordt vastgesteld in het overleg van die instantie, die door het bestuur van de parochie met deze taak is belast, zulks in overleg met de koorbesturen en de leiding van de be-treffende koren.
  b. De besturen van de koren, en met name de dirigenten, zullen zich beijveren het contact, de samenwerking en de goede verstandhouding onderling naar best vermogen te bevorderen.
15. a. t/m b. Dezelfde tekst als in Model A onder nummer 15. a. en b.
  c. Op hem rust de muzikale verantwoordelijkheid voor de kerkmuziek, zoals omschreven in zijn benoeming, volgens de bepalingen van de "Beleidsnota kerkmusicus" (aug. 1988) van de Nederlandse bisschoppenconferentie. Ter wille van een goede uitoefening van zijn taken zal hij zorgen voor tijdig en regelmatig overleg met de pastor of diens aangewezen plaatsvervanger en met de andere verantwoordelijke personen inzake de liturgie.
  d. t/m h. Geheel volgens model A.


Model C

KOORREGLEMENT

NEDERLANDSE SINT-GREGORIUSVERENIGING

Bestemd voor een parochieel koor dat zich wenst te beschouwen als één gemeenschap van diverse secties of groepen, welke samen onder het gezag van één bestuur staan en, ieder op zich, bepaalde liturgische vieringen (eventueel afwisselend) verzorgen, volgens een vooraf gemaakte regeling. De koren, bedoeld in Model B, worden in Model C, m.a.w. gezien als opgenomen in één parochiële koorgemeenschap, waarvan ook het reeds eerder bestaande "Officiële" kerkkoor als een sectie deel uitmaakt. 
De tekst van de nummers van Model C is gelijk aan die van Model A, met uitzondering van de nummers 4, 7 en 15, welke hier als volgt luiden:
4. a.  Het koor is onderverdeeld in . . . . . . . . (aantal) secties of groepen. (Hieraan kan de benaming of een andere aanduiding van de secties worden toegevoegd.)
  b. De taakverdeling van de secties onderling met betrekking tot de liturgische vieringen is in be-ginsel als volgt: (bijv.)

Sectie . . . . . . . . verzorgt de koorzang tijdens . . . . . . . . (aard of tijdstip van de viering); 

sectie . . . . . . . . tijdens . . . . . . . . (enz.)

  c. Na goedkeuring van het koorbestuur kunnen de secties, hetzij incidenteel, hetzij voor langere tijd, van taak wisselen en ook gezamenlijk optreden.
  d. Ten aanzien van het toelaten of oprichten van nieuwe secties en het opheffen van bestaande beslist het koorbestuur, gehoord de ledenvergadering.
7. a. Het bestuur bestaat tenminste uit een voorzitter, een vice-voorzitter, een secretaris, een penning-meester en een bibliothecaris. De dirigent van het koor is adviserend bestuurslid.
  b. Het bestuur kan worden uitgebreid met andere leden van het koor, aan wie bepaalde functies kunnen worden opgedragen.
  c. In de samenstelling van het bestuur wordt gestreefd naar vertegenwoordiging van alle secties.
15. a. De dirigent wordt benoemd en gehonoreerd door het bestuur van de parochie na overeenstem-ming omtrent deze benoeming tussen parochiebestuur en koorbestuur.
  b. Hij is ambtshalve lid van het koor met volledig stemrecht en lid van het bestuur met adviserende stem.
  c. Op hem rust de muzikale verantwoordelijkheid voor de kerkmuziek, zoals omschreven in zijn benoeming, volgens de bepalingen van de "Beleidsnota kerkmusicus" van augustus 1988 van de Nederlandse bisschoppenconferentie. Ter wille van een goede uitoefening van zijn taak, zal hij zorgen voor tijdig en regelmatig overleg met de pastor of diens aangewezen plaatsvervanger en met de andere verantwoordelijke personen inzake de liturgie.
  d. Hij heeft de directe leiding van de zang van de sectie(s) . . . . . . . . van het koor en beslist, be-houdens goedkeuring van de pastor, welke muziek zal gezongen worden door deze sectie. Ten aanzien van de muziek, te zingen door andere secties, bepaalt hij -conform zijn benoemingsacte- de algemene beleidslijn in overleg met andere verantwoordelijken.
  e. Bij verhindering zal hij in overleg met de pastor -of diens plaatsvervanger- en de voorzitter van het koor een volwaardige plaatsvervanger aanwijzen.
  f. Hij is bevoegd, met goedkeuring van het bestuur, andere zangers(-essen) die geen lig zijn van het koor, uit te nodigen tot medewerking aan de zang van de onder zijn directe leiding staande sectie.
  g. Hij kan de medewerking ontzeggen aan hen, die naar zijn gegrond oordeel, de taakvervulling van het koor (sectie) op een of andere wijze kunnen schaden.
  h. In overleg met het bestuur kan hij buitengewone repetities voor zijn secties uitschrijven.
15. bis a. Voor de directe muzikale leiding van één of meer secties kan het bestuur van de parochie -in overleg met de dirigent van het koor- een assistent-dirigent aanstellen.
    b. Een assistent-dirigent is ambtshalve lid van het koor met volledig stemrecht.
    c. Ten aanzien van de sectie(s) voor welke hij is aangesteld heeft hij de bevoegdheden en de verplichtingen van de dirigent, zoals omschreven in nummer 15. d. t/m h., hierboven.
    d. In de vervulling van zijn taak staat hij onder toezicht van de dirigent.

Hij zorgt voor een regelmatig en tijdig overleg zowel met hem als met de pastor of zijn plaatsvervanger.

    e. De bepaling van zijn werkzaamheden geschiedt, in overleg met de dirigent, door het bestuur van de parochie, dat tevens de vergoeding voor deze werkzaamheden in een overeenkomst regelt.
Oktober 1987

De Nederlandse Sint-Gregoriusvereniging.